De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte, een leidinggevende in de vissector, die werd verdacht van valsheid in geschrift door het opmaken van facturen waarop duurdere vissoorten werden vermeld dan daadwerkelijk geleverd. De verdenking betrof het vermelden van scholfilet terwijl feitelijk Yellow Fin Sole (YFS) of schar werd geleverd.
Uit het bewijs, waaronder verklaringen van VWA-controleurs en taxonomische analyses, bleek dat schol en YFS verschillende vissoorten zijn. Verdachte was op de hoogte van het verschil en gaf leiding aan het opmaken van facturen met onjuiste visbenamingen. De rechtbank oordeelde dat dit een intellectuele valsheid oplevert en dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het opmaken van deze facturen.
Echter, voor een veroordeling is ook het oogmerk tot misleiding vereist. De rechtbank stelde vast dat veel afnemers op de hoogte waren van de afwijkingen en dat de facturen niet bedoeld waren om derden te misleiden. Verdachte had geen oogmerk om de facturen als echt en onvervalst te gebruiken in het maatschappelijk verkeer. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.