De eiser kocht een woning die op 1 juli 2009 werd geleverd door de gedaagden. Kort na de aankoop bleek dat de vloerbalken waren aangetast door houtrot en houtworm, wat de normale bewoning belemmerde. De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat de gedaagden toerekenbaar tekortgeschoten waren in de nakoming van de garantiebepaling uit de koopovereenkomst.
De eiser verwijderde de aangetaste balken en ondervloer en legde een betonnen ondervloer aan. De rechtbank stelde vast dat de schade berekend moest worden op basis van vervanging van een aantal balken en behandeling tegen insecten, zonder de parketvloer te vervangen. Verschillende rapporten en offertes werden besproken, waarbij de rechtbank de offerte van een bedrijf onvoldoende betrouwbaar achtte en de kostenbegroting van een ander bedrijf het meest realistisch vond.
De rechtbank concludeerde dat de schade van de eiser €9.401 bedraagt, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 maart 2011. Daarnaast werden buitengerechtelijke kosten van €904 toegewezen met rente vanaf 15 juni 2012. De gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van in totaal €10.305 plus rente en proceskosten van €2.283,36. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.