Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een vergunning aangevraagd voor het exploiteren van een coffeeshop in Utrecht, maar de burgemeester heeft deze geweigerd op grond van de Wet Bibob. De weigering is gebaseerd op het feit dat eiser in een zakelijk samenwerkingsverband staat met personen die veroordeeld zijn voor ernstige strafbare feiten, waaronder witwassen en illegaal gokken.
De rechtbank stelt vast dat eiser sinds februari 2012 een huurovereenkomst heeft met een B.V. waarvan de veroordeelden aandeelhouder zijn, en dat hij verplichtingen heeft die duiden op invloed van deze veroordeelden op de bedrijfsvoering. Eiser heeft dit betwist, maar de rechtbank oordeelt dat het ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt voor strafbare feiten aannemelijk is.
Verder wijst de rechtbank het beroep van eiser af en wijst ook het verzoek om voorlopige voorziening af. De rechtbank overweegt dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden en dat het vertrouwensbeginsel niet kan worden ingeroepen omdat geen ongeclausuleerde toezegging is gedaan. De burgemeester toont bereidheid om met eiser mee te denken over een alternatieve locatie voor een coffeeshop.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de exploitatievergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.