Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van bedreiging van het slachtoffer en diens gezin op 25 januari 2012 bij diens woning te Bosch en Duin. Verdachte was niet verschenen tijdens de zitting, maar zijn raadsman was aanwezig. De officier van justitie achtte het bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan, behalve de sms-berichten, waarvoor vrijspraak werd voorgesteld. De verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was, onder meer omdat de aangifte niet werd ondersteund door andere bewijzen en de gsm waarmee sms-berichten werden verstuurd niet aan verdachte kon worden gekoppeld.
De rechtbank concludeerde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om wettig en overtuigend bewijs te leveren dat verdachte aanwezig was bij het incident. De camerabeelden waren onvoldoende duidelijk en de getuigenverklaringen over herkenning op de beelden waren onbetrouwbaar, mede doordat een getuige zijn eerdere herkenning had ingetrokken. Ook ontbrak bewijs van een actieve rol of nauwe samenwerking van verdachte.
Op grond hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van bedreiging. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 24 december 2013.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bedreiging.