4.3Het oordeel van de rechtbank
Blijkens de verklaring van verdachte ter terechtzitting heeft verdachte op 1 september
2013 in een café in Woerden de aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ontmoet. Zij
zijn op een gegeven moment samen naar buiten gelopen en naar een portiek achter het café
gegaan. Daar heeft verdachte zijn balletjespistool gepakt en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
onder bedreiging van dit pistool beroofd van hun geld en I-phones. Verdachte heeft daarbij
geroepen: “geef me je geld en je telefoon”.Verdachte heeft bij de politie verklaard
dat hij ook heeft gezegd “nu ga je het mij geven”.
Aangever [slachtoffer 1] heeft bij de politie verklaard dat hij en [slachtoffer 2] met verdachte
waren meegelopen omdat verdachte had gevraagd of ze iets van hem wilden kopen. Zij zijn
met hem een portiek in gegaan. Daar haalde verdachte opeens een pistool te voorschijn.
Hij richtte dit afwisselend op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Verdachte zei dat [slachtoffer 1] zijn
zakken leeg moest maken. Toen [slachtoffer 1] dat deed voelde hij koud ijzer in zijn nek. Hij
voelde dat het de loop van het pistool was. [slachtoffer 1] gaf zijn geld en zijn I-phone aan
verdachte. Verdachte doorzocht ook zijn zakken. Verdachte vroeg hetzelfde aan [slachtoffer 2]
. [slachtoffer 2] gaf zijn geld aan verdachte. Verdachte pakte [slachtoffer 2] vast en trok
hem naar zich toe. [slachtoffer 1] hoorde verdachte zeggen dat [slachtoffer 2] zijn zakken leeg
moest maken. [slachtoffer 2] gaf daarop zijn geld aan verdachte. [slachtoffer 1]
zag dat verdachte ook de zakken van [slachtoffer 2] doorzocht. Verdachte had het over
“skieten” (schieten).
Aangever [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat hij zag dat verdachte een pistool
pakte en daarmee naar [slachtoffer 1] wees en het pistool ook tegen het achterhoofd van [slachtoffer 1]
drukte. Verdachte zei onder andere: “geef je geld” en riep meerdere malen: “Ik schiet
jullie kapot als je je geld niet geeft”. Verdachte hield het pistool beurtelings op [slachtoffer 1]
en [slachtoffer 2] gericht. Nadat verdachte [slachtoffer 1] had gefouilleerd richtte verdachte zijn
pistool op [slachtoffer 2] en zei enkele keren dat [slachtoffer 2] zijn geld moest geven omdat
hij [slachtoffer 2] anders kapot zou schieten. [slachtoffer 2] heeft € 20,00 uit zijn broekzak
gepakt en aan verdachte gegeven. Toen [slachtoffer 2] weg wilde lopen trok verdachte hem
naar zich toe en doorzocht zijn zakken. Verdachte pakte de I-phone uit de zak van [slachtoffer 2]
. Gedurende die tijd bleef verdachte [slachtoffer 2] bedreigen met zijn pistool.
Diefstal met bedreiging van geweld en afpersing
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij -onder bedreiging van het (nep)pistool- zijn geld aan verdachte heeft afgegeven en dat verdachte vervolgens zijn I-phone uit zijn zak heeft gepakt. Het wegnemen van de I-phone onder bedreiging van het (nep)pistool levert diefstal met bedreiging van geweld op. Het enkele feit dat [slachtoffer 2] op ondergeschikte punten (en met name over de aanloop naar het incident) anders dan [slachtoffer 1] verklaart, is voor de rechtbank geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 2] over de wijze waarop verdachte hem de I-phone afhandig heeft gemaakt, te twijfelen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte door bedreiging van geweld aangever [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van geld en van zijn I-phone, en aangever [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van geld, en voorts dat verdachte met bedreiging van geweld [slachtoffer 2] zijn I-phone heeft afgenomen. De gedragingen van verdachte zijn naar het oordeel van de rechtbank te kwalificeren als diefstal met bedreiging van geweld en afpersing. De rechtbank acht de (impliciet) cumulatief tenlastegelegde feiten dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Partiële vrijspraak
De rechtbank is van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de tenlastegelegde diefstal onder bedreiging van geweld en afpersing heeft begaan, maar niet dat hij dit samen met een ander heeft gedaan. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken voor zover dit het ‘medeplegen’ betreft.