Op 22 september 2013 heeft verdachte samen met een medeverdachte het slachtoffer meerdere malen geslagen, gestompt en met geschoeide voet geschopt, hem over de grond gesleept en zijn kleding uitgetrokken. Het slachtoffer liep diverse schaafwonden en een psychisch trauma op. Verdachte werd aanvankelijk verdacht van poging doodslag en zware mishandeling, maar de rechtbank sprak hem vrij van poging doodslag en zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs en kwalificeerde het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel in de zin van de wet.
De rechtbank oordeelde dat het handelen van verdachte en medeverdachte wel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel vormde, waarbij zij zich bewust waren van de aanmerkelijke kans op zwaar letsel. Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor diefstal van kleding en persoonlijke eigendommen van het slachtoffer, hoewel het geweld niet bewezen werd geacht als onderdeel van de diefstal.
De rechtbank nam bij de strafoplegging de jeugdige leeftijd, het ontbreken van een strafblad en een psychologisch rapport mee, waarin sprake was van cannabisafhankelijkheid, alcoholmisbruik en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Verdachte werd veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht, gedragsinterventie, ambulante behandeling en een locatie- en contactverbod.
De benadeelde partij werd toegewezen een materiële en immateriële schadevergoeding van in totaal €7.769,13, waarvan een deel niet-ontvankelijk werd verklaard en bij de burgerlijke rechter moet worden gevorderd. De rechtbank legde tevens een betalingsverplichting aan verdachte op aan de Staat ter waarborging van de schadevergoeding.