Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 september 2013 in de zaak tussen
de Landelijke Belangen Vereniging, te Rotterdam, eisers
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben verzocht om dispensatie van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van de cao Fonds Kollektieve Belangen voor de Groothandel in Levensmiddelen (cao-FKB 2009-2010). Verweerder, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) oordeelden eerder dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat aan het representativiteitsvereiste van artikel 2 van Pro de Wet Avv was voldaan.
In het bestreden besluit vermeldde verweerder weliswaar representativiteitscijfers uit een brief van 2 februari 2009, maar gaf geen inzicht in de brongegevens, zoals overzichten van werkgevers en administratie van het bedrijfstakpensioenfonds. Ook ontbrak een onderbouwing van correcties voor werknemers die niet verplicht bij het pensioenfonds zijn aangesloten. De rechtbank achtte deze motivering onvoldoende, mede omdat eisers de betrouwbaarheid van de cijfers hadden betwist en de ABRvS dit ook had bevestigd.
De rechtbank stelt dat verweerder meer had moeten doen om de representativiteit aan te tonen met betrouwbare brongegevens. Daarom wordt verweerder in de gelegenheid gesteld binnen zes weken het gebrek te herstellen door aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en neemt nog geen beslissing over proceskosten. Tegen deze tussenuitspraak is geen zelfstandig hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid het gebrek in de motivering binnen zes weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.