ECLI:NL:RBMNE:2013:7682
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek rechter in ondertoezichtstelling minderjarige
Verzoekster, ouder van een minderjarige, diende een wrakingsverzoek in tegen mr. L.P. de Haas, rechter in een ondertoezichtstellingsprocedure. Het verzoek betrof vermeende objectieve partijdigheid omdat bij het kinderverhoor vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg aanwezig waren, terwijl de gemachtigde van de minderjarige niet werd toegelaten.
De rechtbank behandelde het wrakingsverzoek op 6 december 2013 en constateerde dat het verzoek schriftelijk was ingediend zonder voldoende motivering. Verzoekster weigerde haar verzoek mondeling nader toe te lichten. Bovendien was het verzoek te laat ingediend, aangezien bezwaren over de aanwezigheid van partijen bij het kinderverhoor pas bij de wrakingszitting werden aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk was wegens het ontbreken van een gemotiveerd verzoek en het niet tijdig indienen van de gronden. De rechtbank wees erop dat het gebruikelijk is dat bij kinderverhoren vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming en gezinsvoogdijinstellingen aanwezig zijn, en dat de besloten aard van de zitting toelating van anderen kan beperken.
De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer en is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2013. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek tegen de rechter.