De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 december 2013 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige kleindochter van vijf en zes jaar oud. De tenlastelegging omvatte onder meer het aanraken van de vagina van het kind en het tonen van zijn geslachtsdeel, evenals het afgetrokken hebben in haar bijzijn.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primaire feit van het aanraken van de vagina, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Ook werd vrijspraak gegeven voor het primair ten laste gelegde zonder lichamelijk contact en het subsidiair ten laste gelegde van het bewegen tot ontuchtige handelingen. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte met ontuchtig oogmerk zijn kleindochter ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, zoals het tonen van zijn geslachtsdeel, zichzelf aftrekken en een zaadlozing in haar bijzijn.
De rechtbank oordeelde dat verdachte misbruik maakte van zijn positie als opa en de kwetsbaarheid van het kind, die hierdoor in een loyaliteitsconflict werd gebracht. Ondanks het feit dat de kleindochter destijds mogelijk geen direct leed ervoer, kunnen de psychische gevolgen op latere leeftijd ernstig zijn. Verdachte toonde onvoldoende inzicht in de ernst van zijn handelen en had geen professionele behandeling gezocht.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 2 maanden op, waarvan de uitvoering werd uitgesteld met een proeftijd van 2 jaar, en een werkstraf van 180 uren. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht en behandelverplichting bij reclassering. De straf werd passend geacht gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte.