De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen, namelijk zoenen en tongzoenen, met een minderjarige van 14 jaar. De feiten vonden plaats in maart 2012. Verdachte had voorafgaand aan de ontmoeting geweten van de leeftijd van de minderjarige, ondanks diens pogingen zich ouder voor te doen.
De verdediging voerde aan dat vervolging niet in het belang van de minderjarige was en dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens tijdsverloop en gebrek aan maatschappelijk belang. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat het OM ontvankelijk was. Ook het beroep op dwaling werd afgewezen omdat verdachte bewust was van de leeftijd van de minderjarige.
De rechtbank achtte het bewezen dat de ontuchtige handelingen vrijwillig en met instemming plaatsvonden, zonder dwang of uitlokking. Gelet op de aard van het feit, het blanco strafblad van verdachte en het advies van de reclassering, legde de rechtbank een werkstraf van 40 uur op, met 20 dagen vervangende hechtenis, en geen voorwaardelijke gevangenisstraf.
De rechtbank vond dat de Wet beperking oplegging taakstraffen niet van toepassing was omdat het enkel ging om (tong)zoenen, wat geen ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit inhoudt. De straf houdt rekening met de impact op verdachte en het belang van bescherming van minderjarigen.