ECLI:NL:RBMNE:2013:7961
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over bijzondere omstandigheden bij weigering kindgebonden budget
Eiseres had een aanvraag om kindgebonden budget voor 2011 ingediend, welke door verweerder werd afgewezen omdat zij niet in aanmerking kwam voor kinderbijslag, een vereiste volgens artikel 2, eerste lid, van de Wet op het kindgebonden budget (Wkb). Eiseres stelde dat deze weigering in strijd was met artikel 8 en Pro 14 van het EVRM vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) had eerder geoordeeld dat het koppelingsbeginsel in principe rechtvaardig is, maar dat onder zeer bijzondere omstandigheden het kindgebonden budget toch toegekend kan worden. Verweerder had in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd of in dit concrete geval sprake was van zulke bijzondere omstandigheden, zoals de opvangsituatie, uitkering en rechtmatig verblijf van eiseres.
De rechtbank concludeert dat verweerder niet expliciet en zorgvuldig heeft gewogen of het weigeren van het kindgebonden budget in strijd is met artikel 8 in Pro samenhang met artikel 14 EVRM Pro. Daarom is het besluit onvoldoende gemotiveerd en moet verweerder binnen vier weken het gebrek herstellen, eventueel met een nieuwe beslissing op bezwaar. De verdere procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Verweerder krijgt vier weken om het gebrek in de motivering van het besluit te herstellen.