Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1],
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak tussen [eiseres] BV en [gedaagden c.s.] heeft de rechtbank Midden-Nederland op 13 maart 2013 een herstelvonnis gewezen. Dit herstelvonnis betreft een verzoek tot verbetering en aanvulling van het eerder op 13 februari 2013 uitgesproken vonnis. Het verzoek was gericht op het corrigeren van een kennelijke fout in de termijn voor betaling van de proceskosten en het alsnog beslissen over de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis.
De rechtbank constateerde dat zij bij het oorspronkelijke vonnis had verzuimd te beslissen over het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis, terwijl dit onderdeel niet door de eerdere afwijzing van het meer of anders gevorderde was gedekt. Op grond van jurisprudentie (HR 10 april 2009, LJN BH2465) achtte de rechtbank aanvulling van het vonnis gerechtvaardigd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de termijn voor betaling van de proceskosten onjuist was vermeld, aangezien deze begon te lopen vóór de datum van het vonnis. Dit werd als een kennelijke fout aangemerkt die eenvoudig hersteld kon worden. De rechtbank wijzigde daarom het dictum van het vonnis, stelde de correcte betalingstermijn vast en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Tot slot werd bepaald dat de overige vorderingen werden afgewezen en dat partijen de gecorrigeerde vonnisstukken aan de griffie moesten retourneren. Het herstelvonnis werd uitgesproken door rechter A.M. Verhoef op 13 maart 2013.
Uitkomst: Het vonnis is hersteld en aangevuld met een correcte betalingstermijn en uitvoerbaarheid bij voorraad.