ECLI:NL:RBMNE:2013:BY9470
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling wegens hoog recidiverisico
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 januari 2013 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie om de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde achterwege te laten. Veroordeelde zit een gevangenisstraf van zes jaar uit en heeft ondubbelzinnig aangegeven niet te willen meewerken aan begeleiding en behandeling die door de reclassering noodzakelijk wordt geacht.
Uit het reclasseringsadvies blijkt dat veroordeelde ernstige problemen heeft op meerdere levensgebieden, waaronder huisvesting, werk, inkomen en gedrag. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat, met een gevaarsrisico voor willekeurige personen. Veroordeelde vertoont impulsief gedrag, heeft een gebrekkige probleemhantering en weigert medewerking aan het voorgestelde plan van aanpak en behandeling bij De Waag.
De rechtbank overweegt dat zonder medewerking geen plan kan worden opgesteld om het recidiverisico voldoende te beperken. Ondanks positieve aspecten zoals behaalde diploma’s en een incidentvrij verblijf in detentie, is de weigering tot medewerking doorslaggevend. De rechtbank acht het niet mogelijk om voorwaarden te stellen die het recidiverisico voldoende inperken en wijst daarom de vordering van de officier van justitie toe om de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege te laten.
De beslissing is gebaseerd op diverse stukken, waaronder eerdere vonnissen, reclasseringsadviezen en het advies van de penitentiaire inrichting. Veroordeelde is gehoord en bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie is ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De rechtbank sluit hiermee aan bij de inschatting dat zonder begeleiding en toezicht het risico op recidive en gevaar voor de samenleving te groot is.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe vanwege het hoge recidiverisico en de weigering van veroordeelde tot medewerking.