ECLI:NL:RBMNE:2013:BY9810
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.A. van Kalveen
- P.W.G. de Beer
- P.P.C.M. Waarts
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor woninginbraak met braak en vrijspraak wegens schending procesrecht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 29 januari 2013 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van drie woninginbraken. De eerste twee inbraken konden niet bewezen worden vanwege uitsluiting van verklaringen van medeverdachten die zich op hun verschoningsrecht beriepen, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde. Hierdoor werden deze tenlastegelegde feiten vrijgesproken.
Voor de derde woninginbraak op 5 maart 2012, waarbij braak en geweld waren gebruikt, achtte de rechtbank verdachte wettig en overtuigend schuldig. Dit werd onderbouwd met aangetroffen vingerafdrukken van verdachte op een gereedschapsdoos, getuigenverklaringen en de eigen verklaring van verdachte dat hij op de uitkijk stond. De rechtbank concludeerde dat er sprake was van medeplegen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 80 uren met een vervangende jeugddetentie van 40 dagen en een voorwaardelijke jeugddetentie van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd een bijzondere voorwaarde opgelegd tot het volgen van hulp en steun. Verdachte werd veroordeeld tot schadevergoeding aan een benadeelde partij en vrijgesproken van geweld tegen een getuige wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank achtte de reeds door verdachte ondergane jeugddetentie en begeleiding via ITB Plus voldoende en zag geen aanleiding tot voortzetting van deze maatregel of oplegging van een leerstraf. De uitspraak benadrukt het belang van een eerlijk proces en de noodzaak van toetsbare verklaringen in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van twee woninginbraken wegens schending procesrecht en veroordeeld voor een derde woninginbraak tot een werkstraf en voorwaardelijke jeugddetentie.