ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ0252
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens mishandeling met gedeeltelijk afgebroken voortand
Op 29 september 2012 heeft verdachte in een café in Utrecht het slachtoffer met kracht in het gezicht geslagen, waarbij een stuk van diens linkervoortand afbrak. De rechtbank oordeelde dat het letsel geen zwaar lichamelijk letsel betreft en sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer mishandelde door hem te slaan met opzet het risico van pijn of letsel aanvaardend.
De rechtbank verwierp de verweren van verdachte op het ontbreken van opzet, noodweer en noodweerexces. Uit de verklaringen van het slachtoffer en getuigen bleek dat verdachte als eerste handelde en het risico op letsel bewust heeft genomen. Verdachte werd als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd vanwege een persoonlijkheidsstoornis en alcoholmisbruik.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week, rekening houdend met eerdere veroordelingen en het belang van behandeling. Daarnaast werd verdachte aansprakelijk gesteld voor materiële schade van €126,54 en werd de vordering tot immateriële schade afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank legde ook een schadevergoedingsmaatregel op en wijzigde voorwaarden en proeftijd van eerdere voorwaardelijke straffen conform het reclasseringsadvies.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week wegens mishandeling met gedeeltelijk afgebroken voortand.