ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1078

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
SBR 11/2121
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 5:39 AwbWet aanpassing bestuursprocesrecht deel C artikel 1
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar bestuursdwangkosten afgewezen

Eiseres, een Belgische vennootschap, maakte bezwaar tegen een bestuursbesluit waarin de kosten van bestuursdwang voor een pand in Utrecht waren vastgesteld op €8.294,38. Dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres niet tijdig de gevraagde aanvullende gegevens had verstrekt.

Eiseres stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting bracht eiseres geen inhoudelijke gronden aan tegen de ontvankelijkheidsbeslissing, maar richtte zij zich op de noodzaak van de bestuursdwang en de uitgevoerde werkzaamheden.

De rechtbank oordeelde dat zonder inhoudelijke bezwaren tegen de niet-ontvankelijkverklaring geen reden bestond om het bestreden besluit te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: SBR 11/2121
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 februari 2013 in de zaak tussen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats] in België, eiseres
(gemachtigde: mr. O.P. van der Linden, advocaat te Utrecht),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
(gemachtigden: mr. S. Ramdoelare Tewari, A. Sloeserwij en N. Horning, allen werkzaam bij de gemeente Utrecht).
Procesverloop
Bij besluit van 20 januari 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder de kosten van de bij gemeentewege toegepaste bestuursdwang in het pand [adres] vastgesteld op € 8.294,38. Eiseres is verzocht om dit bedrag binnen een termijn van zes weken aan verweerder te betalen. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 1 juni 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2012. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigden.
Overwegingen
1. Op deze zaak is gelet op het overgangsrecht van deel C, artikel 1, van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht nog het recht van toepassing zoals dat gold tot en met 31 december 2012. Het in beroep bestreden besluit is namelijk bekend gemaakt vóór 1 januari 2013.
2. Op 26 februari 2011 is tijdig bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit, kennelijk door of namens eiseres. Verweerder heeft eiseres bij brief van 11 april 2011 in de gelegenheid gesteld om het bezwaarschrift van een naam te voorzien, een bewijsstuk mee te zenden waaruit blijkt wie de bestuurders van eiseres zijn, en voor het geval er sprake is van meerdere bestuurders, een machtiging van alle bestuurders waaruit blijkt wie gemachtigd is bezwaar in te stellen. In die brief wordt vermeld dat als de informatie niet binnen twee weken wordt verstrekt, dit gevolgen kan hebben voor de ontvankelijkheid van het ingediende bezwaarschrift. Nu eiseres niet binnen de gestelde termijn op de brief heeft gereageerd, heeft verweerder het bezwaar op de voet van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard.
3. De rechtbank stelt vast dat eiseres in haar beroepschrift en ter zitting geen gronden heeft aangevoerd die zien op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar. Er zijn uitsluitend argumenten naar voren gebracht die zien op de noodzaak van de toegepaste bestuursdwang en de inmiddels uitgevoerde werkzaamheden. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres desgevraagd naar voren gebracht zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.
4. Nu eiseres geen gronden heeft gericht tegen de niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaar en de daartoe strekkende motivering, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten aangereikt gekregen op grond waarvan het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking dient te komen. Aan een bespreking van de beroepsgronden die zien op de inhoud van de toegepaste bestuursdwang kan binnen de omvang van dit geding niet worden toegekomen. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. J.W. Veenendaal en mr. J.R. van Es-de Vries, leden, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2013.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.