ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1101
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Messer
- M.J. Veldhuijzen
- L.M.G. de Weerd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tenuitvoerlegging bijzondere voorwaarde proeftijd wegens onvoldoende bewijs overtreding
De rechtbank Midden-Nederland behandelde een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een bijzondere voorwaarde gekoppeld aan de proeftijd van veroordeelde. Deze bijzondere voorwaarde hield in dat veroordeelde zich moest houden aan een meldplicht en moest meewerken aan een ambulante behandeling.
Veroordeelde was niet verschenen, maar had afstand gedaan van zijn recht op aanwezigheid. Zijn advocaat voerde verweer en pleitte afwijzing van de vordering. Uit een rapport van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering bleek dat veroordeelde zich niet had gehouden aan een klinische behandeling, maar de rechtbank oordeelde dat deze voorwaarde niet meer gold sinds een eerdere uitspraak waarbij het klinische deel van de straf werd uitgevoerd.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende is komen vast te staan dat veroordeelde de nog geldende bijzondere voorwaarde van meewerken aan ambulante behandeling heeft overtreden. Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de bijzondere voorwaarde af wegens onvoldoende bewijs van overtreding.