ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ2266
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.M.E. Doekes
- M.J. Grapperhaus
- I.P.H.M. Severeijns
- Rechtspraak.nl
Beslissing op ontnemingsvordering wegens hennepkwekerij met aangepaste opbrengstberekening
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde wegens het telen van hennepplanten in de periode van 1 januari 2009 tot 4 maart 2012. De veroordeelde erkende de hennepkwekerij en legde een administratie over met opbrengsten en kosten van negen oogsten.
De officier van justitie vorderde een bedrag van maximaal €107.137,80 als wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op richtlijnen van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM). De verdediging stelde dat de vordering slechts tot €52.848,76 toewijsbaar was, onderbouwd met een eigen administratie en argumenten over lagere opbrengsten per plant door een hogere plantdichtheid.
De rechtbank achtte de administratie van de veroordeelde aannemelijk, mede omdat de opbrengsten per gram niet significant afweken van de BOOM-richtlijnen en de plantdichtheid hoger was dan door het OM aangenomen. De totale opbrengst werd geschat op €66.801,88, waarvan na aftrek van kosten van €13.953,12 het wederrechtelijk verkregen voordeel op €52.848,76 werd vastgesteld.
De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen en wees de hogere vordering van het OM af. Er waren geen aanwijzingen dat de veroordeelde niet in staat zou zijn dit bedrag te voldoen.
Uitkomst: De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op €52.848,76 aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen en wijst de hogere vordering van het OM af.