ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ2269
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende re-integratie en onvoldoende onderzoek herplaatsing
De zaak betreft een verzoek van een ziekenhuis tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een verpleegkundige die sinds 1990 in dienst was. De verpleegkundige werd meerdere malen aangesproken op haar functioneren, met name over chaotisch gedrag en moeizame samenwerking met collega's en specialisten. In november 2011 is een functioneringstraject gestart dat aanvankelijk redelijk gunstig verliep, maar in augustus 2012 leidde tot het verlies van vertrouwen door vijf specialisten.
De werkgever besloot daarop de verpleegkundige met onmiddellijke ingang niet langer als kuurcoördinator te laten werken. De verpleegkundige meldde zich ziek en werd volledig arbeidsongeschikt verklaard. Er volgde geen re-integratie-inspanningen door de werkgever, terwijl de werknemer ruim vier maanden ziek was. Overleg over beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidde niet tot resultaat.
De kantonrechter oordeelt dat de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte niet automatisch tot toewijzing van het ontbindingsverzoek leidt. De werkgever heeft onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht en onvoldoende onderzocht of herplaatsing mogelijk was, terwijl het een grote organisatie betreft met ruim 3000 medewerkers. De verpleegkundige erkende dat zij niet meer op haar afdeling kan functioneren, maar de werkgever heeft nagelaten andere passende functies te onderzoeken.
Gelet op de langdurige arbeidsongeschiktheid, het ontbreken van re-integratie en het niet onderzoeken van alternatieven, wijst de kantonrechter het ontbindingsverzoek af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege onvoldoende re-integratie en onvoldoende onderzoek naar herplaatsing.