ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ2590
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verkoop woning na echtscheiding waarbij vrouw eigenaar is en man medewerking moet verlenen
De zaak betreft een kort geding over de verkoop van een woning die eigendom is van de vrouw na echtscheiding. De vrouw wil de woning verkopen, maar de man en zijn ouders, die mede hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de hypotheek, verzetten zich deels tegen de verkoop. De rechtbank stelt vast dat de vrouw als enige eigenaar bevoegd is tot verkoop en dat de man moet meewerken, tenzij de verkoop zijn belangen onrechtmatig schaadt.
De woning staat al geruime tijd te koop met een vraagprijs die is verlaagd, maar er zijn weinig biedingen. De man wil liever het huis verhuren totdat het zonder restschuld verkocht kan worden. De rechtbank oordeelt dat de belangen van de vrouw zwaarder wegen, mede gezien haar lage inkomen en het risico dat zij anders langdurig eigenaar blijft van een woning die zij niet kan betalen.
De ouders van de man hebben in de hypotheekakte een beding opgenomen dat verkoop zonder hun toestemming niet is toegestaan. De rechtbank acht het begrijpelijk dat zij eerst overleg willen over de afwikkeling van de restschuld en houdt de behandeling van die zaak aan om overleg mogelijk te maken.
De rechtbank veroordeelt de man om binnen drie dagen na aanschrijving toestemming te geven voor verkoop en levering van de woning en om mee te werken aan de verkoop, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd tussen de ex-echtgenoten. De zaak tegen de ouders wordt aangehouden voor nader overleg over de restschuld.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van de woning door de vrouw, met oplegging van een dwangsom.