ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ3572
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Bender
- J. Ebbens
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing met ernstige bedreigingen en nauwe samenwerking
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 januari 2013 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte en drie medeverdachten die samen het slachtoffer hebben proberen af te persen. De feiten speelden zich af in september 2012, waarbij het slachtoffer met ernstige bedreigingen werd geconfronteerd die ook zijn familie betroffen. Deze bedreigingen leidden tot het onderbrengen van het slachtoffer in een safe house.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van het slachtoffer, camerabeelden, e-mail- en sms-berichten en de bekentenissen van de verdachten. Er was sprake van nauwe en bewuste samenwerking, waarbij medeverdachte 2 het plan initieerde en de anderen uitvoerden. Verdachte en een medeverdachte intimideerden het slachtoffer met bedreigingen over zijn gezin en leefomgeving.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 30 maanden vorderde, legde de rechtbank een lagere straf op van 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een contactverbod met het slachtoffer. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1791,98 aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank achtte geen sprake van fysiek geweld of wapens, wat meewoog in de strafmaat.
Verdachte had eerder een veroordeling en liep nog in de proeftijd, wat de rechtbank meenam in de strafoplegging. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke straf van 58 dagen gevangenisstraf ten uitvoer gelegd wegens overtreding van de proeftijd. De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en stelde dat de bewezenverklaring betrekking had op poging tot afpersing gepleegd door meerdere personen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een contactverbod met het slachtoffer.