ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ4758
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.P.H.M. Severeijns
- J.R. Krol
- M.A.E. Somsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ontucht, veroordeling feitelijke aanranding van minderjarige in instelling
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht en aanranding van een 17-jarig meisje met een verstandelijke beperking in een instelling voor geestelijk gehandicapten.
Uit het dossier en de getuigenverklaringen bleek dat verdachte, werkzaam als schoonmaker, het slachtoffer onverhoeds had betast en gekust, waarbij hij haar shirt en bh omhoog had gedaan. Het slachtoffer was niet in staat haar wil te bepalen vanwege haar verstandelijke beperking. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende vaststond dat verdachte hiervan op de hoogte was, waardoor hij werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit van ontucht.
Wel achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiaire feit van feitelijke aanranding van de eerbaarheid had gepleegd door het slachtoffer te dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen zonder dat sprake hoefde te zijn van expliciet geweld.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, verbonden aan bijzondere voorwaarden zoals meldingsplicht en ambulante behandeling. Daarnaast werd een taakstraf van 80 uur opgelegd met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer, het vertrouwen van de werkgever en de instelling, alsmede de openheid en medewerking van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontucht maar veroordeeld voor feitelijke aanranding met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.