ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5309
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in verzetprocedure Regiobank
In deze wrakingszaak heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de kantonrechter die de verzetprocedure van Regiobank behandelde. Verzoeker stelde dat de rechter de schijn van partijdigheid wekte door eerst toestemming te geven voor pleidooi en deze later in te trekken, mede door het niet toevoegen van stukken aan het dossier.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat er geen sprake is van persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het toestaan of weigeren van pleidooi is een procesbeslissing die niet snel tot wraking leidt, tenzij deze onbegrijpelijk is en wijst op vooringenomenheid.
De rechter erkende dat de gang van zaken rondom het pleidooi niet ideaal was, maar dit was onvoldoende om van partijdigheid te spreken. De rechtbank concludeerde dat partijen zich voldoende hebben kunnen uitlaten en dat het wrakingsverzoek niet bedoeld is om feitelijke of belangenafwegingen over te doen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de beslissing aan partijen en betrokkenen toegezonden.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.