ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5722
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing conservatoir beslag in bouwgeschil over koelhuis
In deze civiele zaak vordert eiseres de opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagden is gelegd in verband met een geschil over de levering en montage van een dak- en wandconstructie van een koelhuis. Eerder was het beslag beperkt tot een bedrag van EUR 344.500,-. Inmiddels is een deskundigenrapport uitgebracht dat gebreken aan het werk van eiseres constateert, maar ook herstelmogelijkheden benoemt.
Eiseres stelt dat zij niet tekortgeschoten is en dat de vertragingsschade niet aan haar te wijten is, terwijl gedaagden betaling hebben opgeschort. Gedaagden betwisten dit en wijzen op fabricagefouten en betwisten de voorgestelde herstelmethode. De voorzieningenrechter oordeelt dat het deskundigenrapport niet overtuigend maakt dat de vordering van gedaagden ondeugdelijk is en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij opheffing van het beslag.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van gedaagden bij handhaving van het beslag zwaarder weegt dan het belang van eiseres bij opheffing. Ook de gevorderde betaling van een voorschot wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.