ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5924
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.N. Noorman
- J.M. Willems
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling status perceel als natuurterrein voor watersysteemheffing 2010
De zaak betreft een geschil over de classificatie van een perceel voor de watersysteemheffing 2010. Verweerder heeft het perceel aangemerkt als ongebouwde onroerende zaak, niet zijnde een natuurterrein, waardoor het hogere tarief geldt. Eiseres betoogt dat het perceel als natuurterrein moet worden aangemerkt, omdat de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur.
De rechtbank onderzoekt de definitie van natuurterrein zoals bedoeld in artikel 116 van Pro de Waterschapswet en de Verordening watersysteemheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Hierbij wordt benadrukt dat onder 'geheel of nagenoeg geheel' een percentage van 90% of meer moet worden verstaan. Het perceel mag dus niet meer dan 10% voor andere doeleinden dan natuurbehoud worden gebruikt.
Uit het rapport van Tauw blijkt dat het perceel minimaal 22% agrarisch productief kan zijn, wat hoger is dan de toegestane 10%. Ook het feit dat het perceel wordt verpacht voor agrarisch gebruik ondersteunt dit. Het rapport van Alterra, aangeleverd door eiseres, weerlegt dit niet omdat het niet ingaat op de mate van afstemming op natuurbehoud. De rechtbank concludeert dat het perceel terecht als ongebouwd is aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het perceel blijft aangemerkt als ongebouwde onroerende zaak, niet zijnde natuurterrein.