ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ6328
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord in schuldsaneringsprocedure
De verzoekers hebben gelijktijdig met hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet. Dit verzoek is behandeld tijdens de zitting van 28 februari 2013, waarbij de schuldeisers en schuldhulpverleners aanwezig waren, maar De Nederlandsche Voorschotbank B.V. (DNV) niet is verschenen.
Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord houdt in dat verzoekers gedurende een periode van 36 maanden hun inkomen reserveren boven het vrij te laten bedrag, waarbij de reserveringen jaarlijks aan schuldeisers worden uitgekeerd. Alle schuldeisers behalve DNV hebben ingestemd met het aanbod. DNV heeft geen gemotiveerd verweer gevoerd en heeft geen belang bij weigering van instemming.
De rechtbank stelt vast dat DNV bij aanvaarding van het akkoord waarschijnlijk een hoger percentage van haar vordering zal ontvangen dan bij een wettelijke schuldsanering. Ook is er beschermingsbewind ingesteld dat waarborgen biedt voor naleving van afspraken. Daarom kan DNV niet in redelijkheid tot weigering van het akkoord zijn gekomen.
De rechtbank beveelt DNV om in te stemmen met het dwangakkoord en veroordeelt haar in de proceskosten. Hiermee wordt het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toegewezen, waarmee de schuldsaneringsregeling van verzoekers wordt ondersteund.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toe en beveelt DNV in te stemmen met de schuldregeling.