ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ6778
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.M. van Straalen
- G. Perrick
- J.P.H. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks verweer overmacht en kwalificatie
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van diefstal van een kluis met contant geld en van het als ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland verblijven. De rechtbank sprak verdachte vrij van de diefstal en heling wegens onvoldoende bewijs dat hij de kluis had weggenomen of feitelijke zeggenschap had.
Ten aanzien van het feit van verblijf als ongewenst vreemdeling werd vastgesteld dat verdachte op 25 december 2012 in Utrecht verbleef terwijl hij sinds 8 april 1998 ongewenst was verklaard. De verdediging voerde overmacht aan en stelde dat de strafbaarheid niet van toepassing was vanwege de implementatie van de Europese Terugkeerrichtlijn, maar de rechtbank verwierp deze verweren. De rechtbank oordeelde dat het verblijf ondanks de ongewenstverklaring nog steeds strafbaar is volgens artikel 197 Sr Pro.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 maanden op, rekening houdend met eerdere veroordelingen en de ernst van het feit. De tijd in voorarrest wordt hierop in mindering gebracht. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte voor dat feit werd vrijgesproken. De in beslag genomen mobiele telefoon werd aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf voor verblijf als ongewenst vreemdeling, vrijgesproken van diefstal en heling.