ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ6781
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.H. van Driel van Wageningen
- G. Perrick
- C.A.M. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling mishandeling met kaakfractuur zonder zwaar lichamelijk letsel
Op 29 december 2012 sloeg verdachte het slachtoffer met een gebalde vuist tegen de linkerkaak, wat resulteerde in een kaakfractuur die een operatie vereiste en het blijvend inbrengen van een metalen plaatje. De rechtbank oordeelde dat dit letsel niet kwalificeert als zwaar lichamelijk letsel, omdat het binnen zes weken volledig genezen was en niet duidelijk was of het slachtoffer blijvende beperkingen ondervindt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit, omdat het bewijs ontbrak voor opzet op zwaar lichamelijk letsel of poging daartoe. Wel werd het meer subsidiair ten laste gelegde feit van opzettelijke mishandeling bewezen verklaard. De rechtbank nam getuigenverklaringen en medische rapporten in overweging.
De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van 43 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 30 uur. De rechtbank hield rekening met recidive, de ernst van het feit en positieve persoonlijke omstandigheden van verdachte. Tevens werd een schadevergoeding van €1.514,72 toegekend aan het slachtoffer, inclusief wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op aan het voorwaardelijke deel van de straf, waaronder meldingsplicht bij Reclassering Nederland en medewerking aan behandeling. Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke werkstraf uit 2010 ten uitvoer gelegd. De voorlopige hechtenis werd opgeheven bij onherroepelijkheid van het vonnis.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 43 dagen gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, en 30 uur werkstraf voor mishandeling met kaakfractuur; vrijspraak voor poging en opzet zwaar lichamelijk letsel.