ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7344
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker, in voorarrest, diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Van Holten, voorzitter van de raadkamer die op 20 februari 2013 de gevangenhouding van verzoeker had bevolen. Verzoeker stelde dat Van Holten onpartijdigheid ontbeerde vanwege eerdere betrokkenheid bij zijn zaak, waardoor zij niet het verzoek tot opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis op merites kon beoordelen.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro. Zij overwoog dat eerdere bemoeienis met een zaak op zichzelf onvoldoende is om partijdigheid aan te nemen; bijkomende omstandigheden zijn vereist. De rechtbank vond dat verzoeker zich niet kon vinden in de eerdere beslissing geen gegronde reden is om te twijfelen aan onpartijdigheid. De eerdere beslissing was bovendien door het gerechtshof bevestigd.
De rechtbank concludeerde dat geen persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De strafzaak tegen verzoeker wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing van de behandeling wegens het wrakingsverzoek.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van Holten wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor onpartijdigheid.