ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ8155
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M.J.H. Muijlaert
- Rechtspraak.nl
Cultuurgrondvrijstelling onterecht niet toegepast bij waardering paardenbedrijf
Eiser betwistte de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, een paardenbedrijf met bijbehorende grond en opstallen, vastgesteld door de gemeente op €749.000 en later verlaagd naar €644.000. De kern van het geschil betrof de toepassing van de cultuurgrondvrijstelling op het weiland en de waardering van specifieke agrarische opstallen.
De rechtbank stelde vast dat het weiland werd gebruikt voor ruwvoerwinning en beweiding van paarden, wat kwalificeert als weidebouw in de zin van artikel 7:312 BW Pro. Verder was sprake van een bedrijfsmatige exploitatie, gezien de duurzame organisatie van kapitaal en arbeid en het winststreven binnen de commanditaire vennootschap die het paardenbedrijf exploiteert.
De rechtbank oordeelde dat de cultuurgrondvrijstelling op het weiland had moeten worden toegepast, waardoor de waarde van de onroerende zaak te hoog was vastgesteld. Ten aanzien van de waardering van de paardenboxen, binnenloopruimte en binnenbak volgde de rechtbank de taxatiewijzer zoals gehanteerd door de gemeente, en verwierp het betoog van eiser dat deze te hoog waren vastgesteld.
De rechtbank vernietigde de bestreden uitspraak, stelde zelf de waarde van de onroerende zaak vast op €526.740 per 1 januari 2010 en verlaagde de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het paardenbedrijf wordt vastgesteld op €526.740 en de cultuurgrondvrijstelling dient te worden toegepast.