ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9196
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verlies vertrouwen na ontslag op staande voet
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster], een supermarktbedrijf, en [verweerster], een verkoopmedewerker, na een ontslag op staande voet op 30 december 2012. [Verzoekster] stelt dat [verweerster] tijdens werktijd etenswaren heeft genuttigd die niet onverkoopbaar waren, wat een overtreding van de huisregels en CAO inhoudt en het vertrouwen ernstig schaadt. Daarnaast verwijt zij [verweerster] publiciteit zoeken na het ontslag en het verbreken van het vertrouwen.
[Verweerster] betwist dat sprake is van diefstal of verduistering en voert aan dat zij etenswaren slechts heeft geproefd in het kader van haar controlefunctie. Zij stelt dat het nuttigen van dergelijke producten binnen de bedrijfscultuur valt en dat zij niet zelf de publiciteit heeft gezocht. Tevens ontkent zij het verlies van vertrouwen.
De kantonrechter oordeelt dat uit videobeelden blijkt dat [verweerster] etenswaren voor zichzelf heeft gereserveerd en genuttigd, wat verder gaat dan haar controlerende taak. De huisregels zijn duidelijk en het beleid wordt strikt gehandhaafd. Het vertrouwen tussen partijen is door het handelen van [verweerster] onherstelbaar beschadigd. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden, voor het geval deze na het ontslag op staande voet nog zou voortbestaan, zonder toekenning van een vergoeding.
De kantonrechter compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De publiciteit en uitlatingen in de media worden niet verder besproken omdat de overige gronden voldoende zijn voor ontbinding.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verlies van vertrouwen zonder vergoeding.