ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9503
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding en ontruiming onderhuurovereenkomst supermarkt na beëindiging franchise
Super de Boer verhuurde sinds 2006 een winkelruimte aan [gedaagde], die daar een supermarkt exploiteerde als franchisenemer. De samenwerkingsovereenkomst tussen partijen werd door Super de Boer opgezegd per 1 november 2011. [gedaagde] bleef echter de winkelruimte gebruiken onder eigen naam.
Super de Boer vorderde ontbinding van de onderhuurovereenkomst en ontruiming wegens wanprestatie, onder meer omdat [gedaagde] niet meewerkte aan een overgang naar C1000 en de Jumbo-formule weigerde. De rechtbank oordeelde dat het eerdere vonnis van rechtbank ’s-Hertogenbosch gezag van gewijsde heeft en bevestigde dat [gedaagde] niet verplicht was tot medewerking aan de formulewijziging. Tevens werd geoordeeld dat Super de Boer de samenwerkingsovereenkomst onterecht tussentijds had beëindigd.
De rechtbank concludeerde dat de wanprestatie niet was aangetoond, mede omdat de weigering tot medewerking gerechtvaardigd was en de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst door Super de Boer onrechtmatig was. Ook het beroep op onvoorziene omstandigheden faalde. De subsidiaire opzegging van de onderhuurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik werd afgewezen, mede omdat de hoofdhuurovereenkomst inmiddels was ontbonden en Super de Boer geen belang meer had bij het gehuurde.
Super de Boer werd veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde].
Uitkomst: De vorderingen van Super de Boer tot ontbinding en ontruiming van de onderhuurovereenkomst worden afgewezen.