ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9542
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring en misbruik strafrechtelijke bevoegdheid bij staande houding
De vreemdeling is op 15 april 2013 staande gehouden op grond van de Vreemdelingenwet vanwege een vermoeden van illegaal verblijf. Tijdens deze staande houding is hij strafrechtelijk aangehouden wegens het ontbreken van een geldig visum in zijn paspoort. De rechtbank constateert dat de strafrechtelijke bevoegdheid is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend, namelijk voor het onderzoek naar het verblijfsrecht, wat een vreemdelingenrechtelijke bevoegdheid is.
De rechtbank stelt vast dat de verlenging van de ophouding te laat heeft plaatsgevonden, waardoor de ophouding onrechtmatig was. Desondanks oordeelt de rechtbank dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is geworden, omdat de belangenafweging door de overheid voldoende is gemotiveerd en de belangen van de vreemdeling niet zodanig zijn geschaad.
Verder wijst de rechtbank het beroep af en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De uitspraak benadrukt dat de rechter in vreemdelingenzaken niet kan oordelen over het gebruik van andere dan vreemdelingenrechtelijke bevoegdheden, tenzij sprake is van misbruik, zoals in deze zaak.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.