ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0043
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Arbodienst voor te late inzet re-integratie tweede spoor en loonsanctie
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en twee Arbodiensten, Achmea en 365, over aansprakelijkheid voor een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens het te laat starten van re-integratie tweede spoor voor werknemer [A]. Achmea verleende Arbodiensten tot 1 januari 2010, waarna 365 de dienstverlening overnam.
De werkgever stelt dat Achmea al in oktober/november 2009 had moeten adviseren om tweede spoor re-integratie te starten, omdat eerste spoor niet meer mogelijk was, en dat Achmea het dossier te laat aan 365 heeft overgedragen. De rechtbank oordeelt dat dit niet vaststaat en dat Achmea niet tekort is geschoten.
Ten aanzien van 365 oordeelt de rechtbank dat deze Arbodienst een te passieve houding aannam na 1 januari 2010, onvoldoende actief informatie opvroeg en te laat (pas in juni 2010) de tweede spoor re-integratie adviseerde en startte. Dit leidde tot de loonsanctie door het UWV. 365 is daarom aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade, maar haar aansprakelijkheid wordt beperkt tot het bedrag van de vergoeding die zij over drie maanden ontving, vanwege een exoneratiebeding dat de rechtbank onredelijk acht om te handhaven.
De rechtbank wijst schadeposten af die onvoldoende zijn onderbouwd, zoals autokosten en kosten bezwaarprocedure. De zaak tegen 365 wordt aangehouden voor nadere bewijslevering over salariskosten. De vordering tegen Achmea wordt afgewezen.
Uitkomst: Achmea niet aansprakelijk, 365 wel voor te laat starten tweede spoor re-integratie en daaruit voortvloeiende schade, met beperking aansprakelijkheid.