ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
C16/ 339450 / FA RK 13-1508
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:24 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel van identiteit en doorhaling akte van lijkvinding na DNA-onderzoek

In deze zaak heeft de officier van justitie verzocht om doorhaling van een akte van lijkvinding die in 1987 was opgemaakt voor een vrouw die toen dood werd verklaard. Het verzoek werd ondersteund door een DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut in 2012, waaruit bleek dat de vrouw in kwestie inderdaad de vermeende overledene is.

De vrouw zelf heeft ter zitting verklaard dat zij de persoon is die ten onrechte als overleden werd geregistreerd en wenst haar identiteit terug te krijgen. De rechtbank heeft op grond van het bewijs en de verklaringen geoordeeld dat de akte van lijkvinding ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand voorkomt.

Op basis van artikel 1:24 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek heeft de rechtbank het verzoek van het openbaar ministerie toegewezen en de doorhaling van de akte gelast. Hiermee is de identiteit van de vrouw officieel hersteld en is de onjuiste registratie van overlijden ongedaan gemaakt.

Uitkomst: De rechtbank heeft de doorhaling van de akte van lijkvinding gelast omdat de vrouw in kwestie in leven is gebleken.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Familierecht
zittinghoudende te Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C16/ 339450 / FA RK 13-1508
doorhaling akte burgerlijke stand
Beschikking van 22 mei 2013
op het verzoek van
DE OFFICIER VAN JUSTITIE,
betreffende
[de vrouw] alias [naam],
hierna te noemen: de vrouw,
met als overige belanghebbende
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
gemeente Utrechtse Heuvelrug.
1. Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van het ter griffie ingediende verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland (nr. Ut/4217/360-13).
De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 18 april 2013, in aanwezigheid van de officier van justitie, de vrouw en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, mevrouw H.C.M. van Veen-van den Oudenalder.
2. Vaststaande feiten
- Op [geboortedatum] 1958 is te [geboorteplaats] geboren [de vrouw].
- Met betrekking tot voornoemde persoon is op 13 april 1987 te Maarn een akte van lijkvinding opgemaakt onder nummer [nummer].
- Voormelde akte is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van het jaar 1987.
3. Beoordeling van het verzochte
3.1. Het openbaar ministerie heeft verzocht dat de rechtbank de doorhaling zal gelasten van de akte van lijkvinding met nummer [nummer], ingeschreven in het register van overlijden van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van het jaar 1987, nu deze akte ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug voorkomt.
3.2. Het openbaar ministerie heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Op 24 oktober 1976 is in de toenmalige gemeente Maarn een lijk van een onbekend persoon gevonden -later ook aangeduid als ‘het Heulmeisje’-, waarvan jaren later met op dat moment nieuw technisch onderzoek met voldoende mate van zekerheid is vastgesteld dat dit het lichaam van [de vrouw] is. Op 13 april 1987 is daarop een akte van lijkvinding opgemaakt. In 2006 heeft de vrouw contact gezocht met een zus van [de vrouw] met de mededeling dat zij [de vrouw] is. In 2012 heeft het Nederlands Forensisch Instituut een DNA-verwantschapsonderzoek verricht, waaruit volgt dat de vrouw [de vrouw] kan zijn. Ter zitting heeft de officier van justitie gesteld dat zij en de cold-cases officier van het openbaar ministerie uit het DNA-verwantschapsonderzoek de conclusie trekken dat de vrouw [de vrouw] is.
3.3. De vrouw is ter terechtzitting verschenen en heeft gesteld dat zij [de vrouw] is en dat zij haar identiteit terugwil.
3.4. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting genoegzaam is gebleken dat de vrouw daadwerkelijk [de vrouw] is. Hieruit volgt dat de eerdergenoemde akte van lijkvinding betreffende het overlijden van [de vrouw] ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug voorkomt. Er is voldaan aan het vereiste voor het gelasten van de doorhaling van die akte, zoals vermeld in artikel 1:24 lid 1 BW Pro. De rechtbank zal het verzoek van het openbaar ministerie daarom toewijzen.
4. Beslissing
De rechtbank:
gelast de doorhaling van de akte van lijkvinding met nummer [nummer], ingeschreven in het register van overlijden van het jaar 1987 van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.C. Stijnen, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M.A. van den Breemer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2013.