ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0690
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstel van identiteit en doorhaling akte van lijkvinding na DNA-onderzoek
In deze zaak heeft de officier van justitie verzocht om doorhaling van een akte van lijkvinding die in 1987 was opgemaakt voor een vrouw die toen dood werd verklaard. Het verzoek werd ondersteund door een DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut in 2012, waaruit bleek dat de vrouw in kwestie inderdaad de vermeende overledene is.
De vrouw zelf heeft ter zitting verklaard dat zij de persoon is die ten onrechte als overleden werd geregistreerd en wenst haar identiteit terug te krijgen. De rechtbank heeft op grond van het bewijs en de verklaringen geoordeeld dat de akte van lijkvinding ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand voorkomt.
Op basis van artikel 1:24 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek heeft de rechtbank het verzoek van het openbaar ministerie toegewezen en de doorhaling van de akte gelast. Hiermee is de identiteit van de vrouw officieel hersteld en is de onjuiste registratie van overlijden ongedaan gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank heeft de doorhaling van de akte van lijkvinding gelast omdat de vrouw in kwestie in leven is gebleken.