ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1766
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot afpersing
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 mei 2013 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot afpersing door middel van bedreigingen en geweld gericht tegen een benadeelde en diens vader.
De tenlastelegging betrof het gezamenlijk en bewust pogen om de benadeelde te dwingen tot afgifte van een geldbedrag van €20.000,-, onder bedreiging van geweld en intimidatie, waaronder telefoongesprekken, sms-berichten en fysieke confrontaties.
De rechtbank stelde vast dat er geen bewijs was voor een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met medeverdachten bij het plegen van deze poging tot afpersing. Ook was onvoldoende vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de bedreigingen die na 20 december 2012 zijn geuit.
De verklaringen van de benadeelde en diens vader ondersteunden geen betrokkenheid van verdachte bij bedreigingen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van de tenlastelegging. De vordering van de benadeelde tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij poging tot afpersing.