ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1792
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tenuitvoerlegging gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf na niet-naleving begeleiding
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 9 april 2013 de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, opgelegd bij vonnis van 2 oktober 2012. Veroordeelde had zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden, waaronder het melden bij de verslavingsreclassering en deelname aan begeleid wonen. Uit een rapport van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering bleek dat gesprekken moeizaam verliepen en dat veroordeelde de zorginstelling niet betaalde, waardoor verdere begeleiding werd bemoeilijkt.
De reclassering adviseerde de voorwaardelijke straf gedeeltelijk ten uitvoer te leggen en een aanvullende voorwaarde toe te voegen dat veroordeelde zou meewerken aan bewindvoering. Tijdens de zitting gaf veroordeelde aan hulp nodig te hebben en medewerking te willen verlenen aan bewindvoering, wat ook door zijn raadsman werd bevestigd. De rechtbank besloot daarom de gevangenisstraf voor twee maanden ten uitvoer te leggen, zodat de reclassering de bewindvoering kan regelen en huisvesting kan zoeken.
Na het uitzitten van deze straf kan de reclassering de begeleiding voortzetten binnen de resterende proeftijd. De rechtbank zag geen noodzaak om het meewerken aan bewindvoering als bijzondere voorwaarde op te leggen, gezien de toezeggingen van veroordeelde en zijn raadsman. De vordering tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging werd toegewezen op basis van artikelen 14g tot en met 14j van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank gelast gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor twee maanden met voortgezette begeleiding.