ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1839

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 maart 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
07.690497-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling voor oplichting en witwassen

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 25 maart 2013 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder bij vonnis was veroordeeld voor meervoudige oplichting en medeplegen van gewoonte maken van witwassen. De officier van justitie vorderde betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van €2.672,95.

De berekening van het voordeel is gebaseerd op zestien aangiftes van oplichting waarbij bedragen direct op rekeningen van veroordeelde zijn gestort. De rechtbank achtte deze berekening juist en onbetwist door de raadsman van veroordeelde. Vervolgens werd rekening gehouden met de door twaalf benadeelden toegewezen schadevergoedingen van in totaal €2.012,20, die op het geschatte voordeel in mindering moesten worden gebracht.

Hierdoor resteert een bedrag van €660,75 dat veroordeelde aan de Staat moet voldoen. Veroordeelde en haar mededader zijn hoofdelijk aansprakelijk voor dit bedrag, waarbij betaling door de mededader veroordeelde kan vrijwaren. De rechtbank zag geen aanleiding om het bedrag te matigen gezien de financiële omstandigheden van veroordeelde.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Midden-Nederland, waarbij de rechters R.M. van Vuure, H. Vegter en C.A. de Beaufort het vonnis ondertekenden.

Uitkomst: Veroordeelde moet €660,75 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat betalen, hoofdelijk aansprakelijk met mededader.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Parketnr. : 07.690497-12
Datum : 25 maart 2013
Vonnis van de rechtbank d.d. 25 maart 2013
in de ontnemingszaak tegen
[verdachte],
geboren op [1964] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen veroordeelde.
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2013.
Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. A. Taner, advocaat te Lelystad.
OVERWEEGT
De officier van justitie heeft gevorderd dat veroordeelde zal worden veroordeeld tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel dat zij heeft genoten door middel van of uit de baten van de feiten, zoals ten laste gelegd in de strafzaak met opgemeld parketnummer, welk voordeel door de officier van justitie wordt geschat op € 2.672,95.
De rechtbank heeft veroordeelde in de onderliggende strafzaak met opgemeld parketnummer bij vonnis van 25 maart 2013 veroordeeld voor oplichting, meermalen gepleegd en het medeplegen van een gewoonte maken van witwassen.
De rechtbank ontleent aan de inhoud van de in voormeld vonnis opgesomde bewijsmiddelen het oordeel, dat veroordeelde door middel van het begaan van voormelde feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.
De rechtbank is van oordeel dat de grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, neergelegd in het proces-verbaal nr. 2011079164, juist is. De berekening is gebaseerd op de zestien aangiftes van oplichting die tegen veroordeelde en de mededader zijn gedaan. De mededader is bij vonnis van 25 maart 2013 veroordeeld voor het medeplegen van een gewoonte maken van witwassen. De door de aangevers betaalde bedragen opgeteld leidt ertoe dat veroordeelde een totale opbrengst heeft gehad van € 2.672,95.
De raadsman heeft bovenvermelde schatting niet bestreden. De raadsman heeft aangevoerd dat in de hoofdzaak twaalf aangevers een vordering tot schadevergoeding hebben ingediend. Als de rechtbank deze vorderingen toewijst dient dat totale bedrag op het geschatte voordeel in mindering te worden gebracht, aldus de raadsman. De raadsman heeft verzocht om het dan resterende bedrag gelet op de zeer slechte financiële positie van veroordeelde op nihil te stellen.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting betoogd dat eventueel in de hoofdzaak toegewezen door benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding, na het onherroepelijk worden van het vonnis op het toegewezen bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering zullen worden gebracht.
De rechtbank overweegt dat veroordeelde samen met haar mededader een totale opbrengst heeft gehad van € 2.672,95. Veroordeelde en haar mededader zijn daardoor hoofdelijk aansprakelijk voor de gezamenlijke betalingsverplichting van dit bedrag.
Blijkens het bepaalde in artikel 36e lid 8 van het Wetboek van Strafrecht moet bij het bepalen van de omvang van het geschatte bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering worden gebracht. In de hoofdzaak zijn door de rechtbank de door twaalf benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding toegewezen. De rechtbank leest artikel 36e lid 8 van het Wetboek van Strafrecht zo dat het totale bedrag van deze toegekende en door veroordeelde te betalen vorderingen op het geschatte bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering moet worden gebracht. De rechtbank zal dat dan ook doen.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel:
Totaal bedrag van de zestien aangiftes, gestort op rekeningen van veroordeelde:
1- [benadeelde 1] € 170,00
2- [benadeelde 2] € 160,00
3- [benadeelde 3] € 96,75
4- [benadeelde 4] € 150,00
5- [benadeelde 5] € 150,00
6- [benadeelde 6] € 225,00
7- [benadeelde 7] € 154,00
8- [benadeelde 8] € 170,00
9- [benadeelde 9] € 170,00
10- [benadeelde 10] € 186,75
11- [benadeelde 11] € 150,00
12- [benadeelde 12] € 150,00
13- [benadeelde 13] € 175,00
14- [benadeelde 14] € 181,95
15- [benadeelde 15] € 231,75
16- [benadeelde 16] € 146,75
--------------
Totaal € 2.672,95
Aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen:
1- [benadeelde 1] € 170,00
2- [benadeelde 2] € 160,00
3- [benadeelde 3] € 96,75
4- [benadeelde 4] € 150,00
5- [benadeelde 6] € 225,00
6- [benadeelde 9] € 170,00
7- [benadeelde 11] € 150,00
8- [benadeelde 12] € 150,00
9- [benadeelde 13] € 175,00
10- [benadeelde 14] € 181,95
11- [benadeelde 15] € 231,75
12- [benadeelde 16] € 146,75
------------
Totaal in mindering € 2012,20
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt derhalve berekend op € 2.672,95 - € 2012,20 = € 660,75.
De rechtbank ziet op basis van de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige financiële omstandigheden van veroordeelde op dit moment geen aanleiding om dit ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen bedrag te matigen.
De rechtbank zal derhalve de vordering van de officier van justitie, zijnde deze vordering ook overigens op de wet gegrond, toewijzen tot een bedrag van € 660,75.
BESLISSING
De rechtbank stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op € 660,75.
De rechtbank legt aan veroordeelde de verplichting op om terzake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 660,75.
Veroordeelde is voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk met dien verstande dat indien en voor zover de mededader van veroordeelde betaalt, veroordeelde in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.
Aldus gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mrs. H. Vegter en C.A. de Beaufort rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2013.