ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1934
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.A. van Kalveen
- M.J. Veldhuijzen
- E.A. Messer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens willekeurige vervolging bij geweldsincident voetbalsupporters tegen NS-beveiligers
Op 30 september 2010 vond in en rond een trein tussen Utrecht en Houten een incident plaats waarbij voetbalsupporters en NS-beveiligingsmedewerkers betrokken waren bij geweldsuitingen. Drie supporters, waaronder een minderjarige, werden twee jaar later vervolgd voor openlijk geweld tegen NS-beveiligingsmedewerkers. De officier van justitie vervolgde echter geen andere betrokken supporters en ook geen NS-beveiligingsmedewerkers, ondanks dat uit het dossier bleek dat ook deze laatsten buitensporig geweld hadden gebruikt.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie willekeurig had gehandeld door slechts een selecte groep supporters te vervolgen en niet de NS-beveiligingsmedewerkers. De rechtbank oordeelde dat het OM niet op redelijke en billijke wijze had afgewogen wie vervolgd zou worden, hetgeen in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur. Tevens werd het lange tijdsverloop van ruim 31 maanden tussen aanhouding en zitting als onredelijk beoordeeld.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachten. Tevens werden de vorderingen van de NS-beveiligingsmedewerkers tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige, gelijke en tijdige vervolgingsbeslissing door het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens willekeurige vervolging en schending van het gelijkheidsbeginsel.