ECLI:NL:RBMNE:2013:CA2108
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voorhanden hebben van vals geld en dragen van wapen
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 14 maart 2013 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid vals geld en het dragen van een wapen, een honkbalknuppel, op 23 juni 2011.
Tijdens de zitting op 28 februari 2013 verscheen verdachte persoonlijk en werd bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie stelde dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen waren op basis van het dossier. De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door een onrechtmatige doorzoeking en dat de biljetten dermate nep waren dat zij niet geschikt waren om als echt te worden uitgegeven. Tevens stelde de verdediging dat het geld mogelijk aan anderen toebehoorde.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. De valse biljetten waren weliswaar aangetroffen in de woning en schuur, maar er waren geen aanwijzingen dat verdachte het oogmerk had deze als echt uit te geven. Wat betreft het wapen, werd de honkbalknuppel in de auto van verdachte gevonden terwijl verdachte niet in de auto aanwezig was, waardoor niet kon worden vastgesteld dat hij het wapen droeg.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het voorhanden hebben van vals geld en het dragen van een wapen wegens onvoldoende bewijs.