ECLI:NL:RBMNE:2013:CA2155
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen omzetting werkstraf in jeugddetentie ongegrond verklaard
Veroordeelde was veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. De Raad voor de Kinderbescherming rapporteerde dat veroordeelde de werkstraf niet naar behoren had uitgevoerd en onvoldoende motivatie toonde. Na meerdere waarschuwingen en een laatste kans in een groepswerkproject, waarbij veroordeelde zich versliep en niet verscheen, adviseerde de Raad om de resterende werkstraf om te zetten in jeugddetentie.
De officier van justitie besloot tot omzetting van de resterende 29,5 uur werkstraf in 14 dagen jeugddetentie. Veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting, stellende dat een herkansing wenselijk was vanwege thuissituatieproblemen. Tijdens de zitting werd bevestigd dat de begeleiding moeizaam verliep en dat ook een andere werkstraf niet was voltooid.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde ondanks waarschuwingen en kansen onvoldoende had gepresteerd en geen omstandigheden had aangevoerd die hem vrijwaren van verwijt. Een herkansing zou een verkeerd signaal geven. Gezien de opleiding van veroordeelde gaf de rechtbank de voorkeur aan uitvoering van de jeugddetentie in de zomervakantie.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van werkstraf in jeugddetentie is ongegrond verklaard.