ECLI:NL:RBMNE:2013:CA2163
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Deels tenuitvoerlegging jeugddetentie en verlenging proeftijd wegens niet-naleving bijzondere voorwaarden
Veroordeelde is bij een eerder vonnis veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar, waarbij bijzondere voorwaarden golden omtrent begeleiding en dagbesteding. Uit een evaluatie van Bureau Jeugdzorg blijkt dat veroordeelde deze voorwaarden niet heeft nageleefd, ondanks waarschuwingen en kansen. De begeleiding verliep moeizaam door onvoldoende inzet en motivatie van veroordeelde, die ook zijn ADHD-medicatie niet gebruikte en nog steeds blowde.
De raadsvrouw voerde aan dat het mislukken van de begeleiding niet volledig aan veroordeelde te wijten is en dat hij recent werk heeft gevonden en zich heeft aangemeld voor een opleiding. De rechtbank acht de overgelegde stukken echter onvoldoende overtuigend en constateert dat deze ontwikkelingen pas recent zijn en na de terugmelding door Bureau Jeugdzorg hebben plaatsgevonden.
De rechtbank besluit daarom om een deel van de voorwaardelijke jeugddetentie van 45 dagen ten uitvoer te leggen en de proeftijd met één jaar te verlengen, zodat veroordeelde alsnog de noodzakelijke hulp en begeleiding kan ontvangen. Een omzetting van de jeugddetentie naar een werkstraf wordt afgewezen vanwege de aard en ernst van het oorspronkelijke feit.
De beslissing is genomen na een openbare terechtzitting waarbij ook de officier van justitie en Bureau Jeugdzorg zijn gehoord. De rechtbank benadrukt dat de inzet en houding van veroordeelde cruciaal zijn voor het slagen van de begeleiding.
Uitkomst: De rechtbank legt 45 dagen jeugddetentie ten uitvoer en verlengt de proeftijd met één jaar.