ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3028
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagverzoek uit BOPZ-instelling wegens ontbreken geestesstoornis toegewezen
Betrokkene is op grond van artikel 37 Wetboek Pro van Strafrecht geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar. Hij verzocht om ontslag, maar dit werd door de geneesheer-directeur afgewezen. Betrokkene betwist de diagnose schizofrenie en stelt dat hij geen psychiatrische stoornis heeft. Tijdens de zitting werden ook de geneesheer-directeur, psychiater en psycholoog gehoord.
De deskundigen onderschrijven de diagnose schizofrenie niet, maar vermoeden een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Gedurende het verblijf van betrokkene zijn echter geen gedragsproblemen of incidenten geconstateerd. Betrokkene weigert medewerking aan nader onderzoek, waardoor een patstelling is ontstaan.
De rechtbank onderzoekt of op de datum van de beslissing van de geneesheer-directeur (12 maart 2013) en op het moment van de zitting sprake is van een stoornis van de geestvermogens die gevaar veroorzaakt en niet buiten het ziekenhuis kan worden afgewend. Gelet op het ontbreken van een vastgestelde psychiatrische stoornis en het enkele vermoeden van een persoonlijkheidsstoornis, concludeert de rechtbank dat het verblijf niet langer gerechtvaardigd is.
Daarom wijst de rechtbank het ontslagverzoek toe en beveelt het ontslag van betrokkene uit de BOPZ-instelling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het ontslagverzoek toe wegens het ontbreken van een vastgestelde geestesstoornis.