ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3071
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen en voortzetting onderneming
Verzoeker, een voormalig ondernemer, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 Faillissementswet Pro. Hij heeft een aanzienlijke schuldenlast opgebouwd, onder meer door leningen voor bedrijfsactiviteiten en persoonlijke verplichtingen. De rechtbank heeft onderzocht of verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van deze schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Uit de stukken en de zitting bleek dat verzoeker zijn onderneming te lang heeft voortgezet ondanks duidelijke signalen van financiële problemen, zoals het aangaan van nieuwe leningen en langdurige reclamecontracten terwijl de omzet afnam. Ook heeft hij nagelaten om een nihilstelling of vermindering van zijn alimentatieverplichting te verzoeken, wat had kunnen bijdragen aan schuldsanering.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was. De voortzetting van de onderneming in een onomkeerbare situatie en het ontbreken van passende maatregelen leiden tot afwijzing van het verzoek. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tot een andere beslissing zouden moeten leiden.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goed vertrouwen en te lange voortzetting van de onderneming.