ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3476
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voldoende aannemelijk dat tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen; gebod tot levering van panden
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres dat Bergerac wordt bevolen mee te werken aan de levering van panden te Utrecht, gebaseerd op een koopovereenkomst van 10 januari 2012. Bergerac betwist het bestaan van een koopovereenkomst en stelt dat de vordering niet kan worden toegewezen. De voorzieningenrechter stelt vast dat partijen onderhandelingen hebben gevoerd, waarbij op 10 januari 2012 een document is ondertekend dat de essentialia van een koopovereenkomst bevat, en dat dit document door beide partijen is aanvaard.
De rechter weegt de correspondentie en gedragingen van partijen mee en concludeert dat het zeer aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Hoewel er discussie is over de inhoud van de leveringsakte, is er voldoende overeenstemming bereikt, mede door aanpassingen die in het voordeel van Bergerac zijn. De situatie met krakers en de staat van de panden na ontruiming vormen geen beletsel voor levering.
Bergerac voert diverse formele en inhoudelijke verweren aan, waaronder het ontbreken van spoedeisend belang en het te ingewikkeld zijn voor een kortgeding, maar deze worden verworpen. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang voldoende aannemelijk vanwege de noodzaak tot herontwikkeling en het risico op afhaken van financiers. De vordering wordt toegewezen, waarbij Bergerac wordt veroordeeld mee te werken aan de levering conform de leveringsakte, onder veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Bergerac wordt bevolen mee te werken aan de levering van de panden aan eiseres conform de leveringsakte, onder veroordeling in proceskosten.