ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3494
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kinderrechter verklaart zich onbevoegd bij verzoek verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de crisismachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming. De ouders van het kind wonen tijdelijk in Nederland op verzoek van Bureau Jeugdzorg (BJZ) maar zijn van plan terug te keren naar Marokko, waar zij hun werkelijke verblijfplaats hebben. De kinderrechter heeft zich eerst gebogen over de absolute bevoegdheid om over het verzoek te oordelen.
De ouders betoogden dat de rechtbank in Nederland niet bevoegd was omdat zij en het kind hun gewone verblijfplaats niet in Nederland hebben. De kinderrechter heeft dit betoog gevolgd en overwogen dat de gewone verblijfplaats van het kind moet worden bepaald aan de hand van feiten en omstandigheden, zoals de duur van het verblijf, sociale en familiale integratie, en de intenties van de ouders.
Gezien de jonge leeftijd van het kind en het tijdelijke karakter van het verblijf in Nederland, evenals de intentie van de ouders om terug te keren naar Marokko, concludeerde de kinderrechter dat de gewone verblijfplaats van het kind niet in Nederland is. Hierdoor is de rechtbank absoluut onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De zaak is daarmee niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: De kinderrechter verklaart zich absoluut onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing omdat de gewone verblijfplaats van het kind niet in Nederland is.