ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3550
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- E.A.A. van Kalveen
- J.M. Bruins
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens gerechtvaardigd vertrouwen op sepotbeslissing
Op 14 mei 2013 vond de terechtzitting plaats bij de rechtbank Midden-Nederland in een strafzaak tegen verdachte, die werd bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie had een vervolging ingesteld wegens poging tot doodslag, zwaar lichamelijk letsel en openlijk geweld tegen het slachtoffer op 20 maart 2012.
De verdediging stelde dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat verdachte op basis van een e-mail van een medewerker van het Openbaar Ministerie aan de Raad voor de Kinderbescherming mocht aannemen dat de zaak geseponeerd zou worden. Deze e-mail was ook doorgestuurd aan de gezinsvoogd van verdachte, waardoor het gerechtvaardigd vertrouwen ontstond dat geen vervolging meer zou plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat deze mededeling als een sepotbeslissing van de officier van justitie moest worden gezien. Zowel de raadsman als de officier van justitie waren het eens dat de vervolging niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank besloot de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.
De tenlastelegging betrof poging tot doodslag en andere geweldsdelicten gepleegd in Zeist op 20 maart 2012, maar deze werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid van de vervolging.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gerechtvaardigd vertrouwen van verdachte op een sepotbeslissing.