Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 7 augustus 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 15 november 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.788,00(2,0 punten × tarief € 894,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert Rabobank betaling van € 50.000,- van de borg, vanwege een borgtocht voor twee vennootschappen die failliet zijn verklaard. Rabobank had zekerheden bedongen, waaronder pandrechten op activa van de vennootschappen, maar heeft nagelaten deze pandrechten daadwerkelijk te vestigen door het niet registreren van de pandakte.
Door deze fout kon Rabobank zich in het faillissement slechts als concurrente schuldeiser melden, waardoor zij geen uitdeling ontving. De borg stelde dat Rabobank tekortgeschoten was in haar zorgplicht en dat het onaanvaardbaar is dat de borg toch volledig wordt aangesproken.
De rechtbank oordeelt dat de borgtochtovereenkomst blijft bestaan, maar dat het vanwege redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Rabobank ondanks haar fout nakoming eist alsof de fout niet is gemaakt. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Rabobank in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Rabobank tegen de borg af vanwege een toerekenbare tekortkoming van de bank.