ECLI:NL:RBMNE:2014:1151
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens gebrek aan onpartijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter Wijma, stellende dat deze zich niet zou moeten verschonen omdat verzoeker de rechter eerder in een andere zaak heeft gewraakt. De rechtbank beoordeelt dit verzoek aan de hand van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij het uitgangspunt is dat een verdachte recht heeft op een onpartijdige rechter.
De rechtbank overweegt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid. In deze zaak zijn de aangevoerde gronden onvoldoende om te concluderen dat de rechter partijdig is of dat er een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat.
Het enkele feit dat verzoeker de rechter eerder heeft gewraakt in een andere zaak, wekt geen schijn van partijdigheid. Daarom wijst de rechtbank het wrakingsverzoek af. Tevens bepaalt de rechtbank dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaken niet in behandeling worden genomen, omdat dit als misbruik van bevoegdheid wordt gezien. De strafzaak tegen verzoeker wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Wijma wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker worden niet in behandeling genomen.