Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 31 maart 2014 in de zaken tussen
[eiser] te [woonplaats], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Rechtbank Midden-Nederland
Brinks Nederland B.V. heeft verlof aangevraagd voor het voorhanden hebben, dragen en vervoeren van vuurwapens voor bewapening van beveiligingsmedewerkers bij haar opslagpanden, vanwege meerdere gewelddadige overvallen met automatische wapens en explosieven. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft dit verlof geweigerd op grond van het beleid dat zelfverdediging slechts onder zeer uitzonderlijke omstandigheden een redelijk belang vormt voor het verlenen van een verlof, en dat bewapening risico’s op geweldsspiraal en eigenrichting vergroot.
Brinks betoogt dat de situatie uitzonderlijk is omdat de politie volgens protocol niet direct ingrijpt bij overvallen, waardoor beveiligers zich 20 à 25 minuten ongewapend moeten verdedigen tegen zwaarbewapende overvallers. Ook wijst Brinks op vergelijkbare bewapening in omringende landen en bij de Nederlandsche Bank. De rechtbank overweegt dat de belangen van strikte handhaving van het vuurwapenverbod en de bescherming van beveiligers tegen uitzonderlijk geweld tegenover elkaar staan.
De rechtbank constateert dat de staatssecretaris zijn weigering onvoldoende heeft gemotiveerd toegespitst op de specifieke situatie van Brinks, en dat hij niet heeft toegelicht waarom deze situatie niet gelijkgesteld kan worden aan andere uitzonderlijke gevallen zoals die van poolreizigers of bemanningen op zee. Daarom wordt de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld het besluit te heroverwegen en nader te motiveren binnen zes weken. De verdere behandeling wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het bestreden besluit af wegens onvoldoende motivering en geeft de staatssecretaris zes weken om dit te herstellen.